Departement Meuse
De verborgen ziel van de Franse Maas
Tekst en foto’s: Kris Van der Stockt
Het Franse departement van de Maas, oftewel de Meuse, is geen streek voor haastige reizigers. Het is een plek voor wie wil dwalen, ontdekken en voelen. Voor wie de rust van verlaten wegen verkiest boven de drukte van toeristische hotspots. Slow travel dus. En ja, dat kan je ook op de motor!
De stilte is bijna tastbaar. Alleen het boxergebrom van de BMW doorbreekt de landelijke rust, terwijl we over een verlaten D-weg bollen. Links rijst een heuvelrug op, begroeid met een bos van loofbomen, rechts strekt zich een open lappendeken van akkers en weilanden uit, badend in het gouden licht van de late namiddagzon.
Voor de derde keer op rij vertoeven we in het Franse departement Meuse, op slechts een paar uur rijden van onze Vlaamse stek. Welke bestemming we ook volgen op onze routeplanner, het voelt alsof het hele departement zich aan de woelige wereld van daarbuiten heeft onttrokken. Geen files, geen toeristenmassa’s, alleen wijzelf op onze motor in een landschap dat meer verhalen vertelt dan dat je op het eerste gezicht zou vermoeden.
Niet alles is wat het lijkt in de Meuse. Diep onder de grond zitten de gruwelen van de Grote Oorlog. Bovendien heeft Moeder Natuur flink haar best gedaan om de zwaarste littekens met zachte hand uit te wissen. Toch kan je er niet naast kijken, hoe graag je dat soms ook wil. Gelukkig zijn er die vergeten stadjes en dorpen die wachten om ontdekt te worden. En vergeten we natuurlijk de Maas niet ...
De Franse Maas is jong en onvoorspelbaar. Waar we in België en Nederland gewend zijn aan een brede, statige rivier, gedraagt ze zich in Frankrijk als een speelse deerne die verrassend uit de hoek kan komen. Ook wij genieten van haar tastbare aanwezigheid langs een lint van asfalt dat zich door het landschap trekt.
Torgny, zuiderse taferelen op de grens
Onze tocht start net op de grens in Torgny, een stukje Provence in het uiterste zuiden van ons Belgenland. De zandstenen huizen, de luiken in kleurige pasteltinten en de enkele wijnranken buiten het dorp zouden niet misstaan in de zuiderse Drôme. Dit is het warmste dorp van België, en dat voel je.
In een wip zijn we de grens over en duiken we de leegte van het platteland in. Onze eerste kilometers op Franse bodem zetten de toon voor de rest van de vakantie. Dit is pure vrijheid op twee wielen, weg van de alledaagse stress. Ons Maas-avontuur langs stille wegen en verlaten dorpen kan beginnen!
Montmédy, vestingstad met uitzicht
Onze eerste stop in Frankrijk is Montmédy, een imposant stadje dat in de 17de eeuw door Vauban, de vermaarde vestingbouwer van Lodewijk XIV, werd versterkt. Vanop de citadel kijken we uit over de vallei en stellen ons voor hoe een ontredderde Lodewijk XVI hier bescherming hoopte te vinden op zijn vlucht voor de Franse revolutie. Helaas werd hij in het iets zuidelijker gelegen Varennes-en-Argonne in zijn koets gearresteerd. Het koninklijke hoofd en dat van zijn Marie-Antoinette zouden niet veel later in de guillotinemand rollen.
Toch is de sfeer in het oude vestingstadje gemoedelijk. We slenteren wat door de straatjes, bewonderen de antieke herenhuizen en laten ons verleiden tot een terras. Ver hoef je in Frankrijk niet te rijden om het goede leven te omarmen. Het zonnetje maakt alles nog aangenamer. Helaas moeten we verder.
Marville, renaissancedorp met Spaanse invloeden
Niet veel later rijden we Marville binnen, een dorpje dat zo uit de Spaanse tijd lijkt gewandeld. De geschiedenis van het dorp lees je aan de oude panden met hun renaissancegevels. Rijke handelaars lieten mooie huizen optrekken in dit grensgebied, dat ooit nog tot de Spaanse Nederlanden behoorde.
Dé verrassing wacht ons echter op het kerkhof hoog boven het dorp. Ondanks een grandioos plaatjeszicht op Marville komen we toch voor het knekelhuis. Dat is helemaal volgestouwd met schedels en beenderen. Een schimmige herinnering aan hoe vergankelijk het leven is. Carpe diem, denken we luidop. Met een weertje als dit vormt dat geen enkel probleem!
Verdun, wereldhoofdstad van de vrede
Geen plek in de Meuse die ontsnapt aan de schaduw van de Eerste Wereldoorlog. In Verdun is die nog het meest voelbaar. Niet dat het geen levendige stad is. De Maas stroomt er vredig door het centrum, de terrassen zitten vol, het leven is mooi. Maar wie iets verder leest, komt de zwartste pagina uit de geschiedenis van de stad onvermijdelijk tegen.
Goed honderd jaar geleden brak hier de hel los. In 1916 vielen maandenlang bommen uit de lucht alsof het regendruppels waren. In het ossuarium van Douaumont, op een kwartiertje rijden van Verdun, vinden meer dan 100.000 ongeïdentificeerde soldaten hun laatste rustplaats. Eindeloze rijen witte kruisen krijgen zelfs het kleinste kind stil. Nooit meer oorlog, waar hebben we dat nog gehoord?
Hattonchâtel, sprookjeskasteel op een heuveltop
Onze route slingert zich langzaam verder door het landschap. In Hattonchâtel spoeden we ons naar het kasteel boven het dorp. Ooit was dit ongetwijfeld een strategische vesting op de heuvelrand, nu lijkt het een sprookjeskasteel. Dat is het ook, als romantische setting voor de bruiloft die er net plaatsvindt.
Snel wandelen we over de binnenhof om te genieten van het panorama over de weidse vlakte beneden. Het dorp is met zijn kasteel letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt op onze tocht. Een verborgen parel, eentje die je niet meteen in een reisbrochure vindt.
Saint-Mihiel, stad van Ligier Richier
Geen kasteel, maar wel een pak renaissancehuizen en een abdijbibliotheek vol oude boeken, Saint-Mihiel verrast zijn bezoekers met rijk erfgoed. Kunstliefhebbers moeten absoluut naar dit ‘kleine Florence van Lorraine’. Al was het maar omdat ene Ligier Richier er werd geboren!
De ‘Michelangelo van de Maasvallei’ liet er bovendien enkele van zijn mooiste beeldhouwwerken na. Zijn piëta uit gepolijste zandsteen, te bewonderen in de kerk van Saint-Étienne, geldt als een meesterwerk in zijn genre. De beroemdste inwoner van de stad heeft dan ook zijn bronzen standbeeld op het gelijknamige plein.
Commercy, bakermat van de madeleines
In Commercy wacht ons een andere kunstvorm: de culinaire. Het stadje aan de Maas kennen we van de lekkere madeleintjes. Het spreekt voor zich dat we nog een plek in de topkoffer vinden voor deze schelpvormige sponskoekjes. Maar niet voordat we ze hebben geproefd op terras, lekker luchtig bij een café crème.
Het verhaal gaat dat het botergebakje voor het eerst werd geserveerd op een banket in het hertogelijk kasteel. Toen de kok in een ruzie wegliep van het diner, probeerde Madeleine, de keukenmeid, het recept van haar grootmoeder dan maar uit. Het ‘madeleintje’ zou één van de populairste vieruurtjes worden!
Vaucouleurs, waar de jonge Jeanne d’Arc ten oorlog trok
We blijven op de D964 en volgen de Maas tot in Vaucouleurs. Enkele kilometers ervoor gaan we echter op een smalle landweg linksaf. Het 14de-eeuwse kasteel van Gombervaux kennen we nog van lang geleden. Opnieuw hebben we dit plekje voor ons alleen. Een picknick in het hoge gras maakt de belevenis totaal.
Vaucouleurs zelf heeft zijn lot verbonden aan Jeanne d’Arc. Je kan er nog altijd het spoor van het boerenmeisje volgen, die van hieruit moedig ten strijde trok. Kreeg ze de Franse koning opnieuw op zijn troon, de Engelsen zouden haar hiervoor doen branden in Rouen.
Bar-le-Duc, hertogelijke stad in renaissance-outfit
We volgen het riviertje Ornain tot in Bar-le-Duc, de hoofdstad van het departement. In de bovenstad schildert de zon gouden tinten op eeuwenoude renaissancegevels. Ooit was het stadje het hart van het hertogdom Bar. Als bij wonder ontsnapte het aan de bommenregen van W.O.I.
De oude hertogstad bloeide in de 16de eeuw. Net als in Saint-Mihiel drukte Ligier Richier er zijn stempel op de beeldhouwkunst van die tijd. Zijn werk ‘Skelet’ toont het halfvergane lichaam van René van Chalon, de allereerste Nassau die zich Prins van Oranje mocht noemen en hiermee de fundamenten legde van het Huis van Oranje-Nassau.
Beaulieu-en-Argonne, een postkaartdorp
We verlaten het open landschap en trekken de ruige bossen van de Argonne in. Waar de natuur nu de overhand heeft, was een eeuw geleden een niemandsland vol loopgraven en bomkraters. Vandaag zijn de bossen teruggekeerd, al zie je nog steeds hoe W.O.I er in alle hevigheid heeft gewoed.
Des te verrassender is Beaulieu-en-Argonne, dat zijn naam niet heeft gestolen. De weg ernaartoe, dwars door het bosgroen, mag er ook best wezen. Bloemrijke vakwerkgevels zijn het laatste wat we in de Argonne verwachten. Ze geven het dorp een aaibaar cachet. Een korte wandeling, het dorp is maar een straat groot, en we zitten alweer op de motor.
Butte de Vauquois, slagveld van de Argonne
Het lieflijke Beaulieu-en-Argonne kan niet sterker contrasteren met de Butte de Vauquois. De heuveltop is vooral gekend omwille van zijn gruwelijke geschiedenis. Ondanks de begroeiing zien we een maanlandschap van kraters, waar Fransen en Duitsers elkaar naar het leven stonden, zowel boven als onder de grond.
De realiteit van de Grote Oorlog komt op de heuvel hard binnen. Werkelijk elke heuvelcentimeter werd met tunnels ondergraven. Hier bestookte de vijand elkaar met dynamiet, dat het gangenstelsel openreet en de heuvel als een pudding liet inzakken. Een mijnenoorlog op leven en dood, en dat voor een heuvel!
Varennes-en-Argonne, dat Lodewijk XVI zijn kop kostte
Ook in Varennes-en-Argonne worden we met de oorlog geconfronteerd. Het kleine oorlogsmuseum zet echter ook de vlucht van Lodewijk XVI in scène. In de nacht van 21 juni 1791 werd de Franse koning er door een handvol sansculotten gearresteerd.
De postmeester die de koning in zijn koets had herkend, werd later door Napoleon onderscheiden. De koning is dood, leve de keizer. Of hoe de wegen van de geschiedenis, of beter van de mens, niet altijd rechtlijnig verlopen. Dat doet wel de D998 die ons naar de volgende bestemming voert.
Romagne-sous-Montfaucon, op bezoek bij een Nederlander
In Romagne-sous-Montfaucon bezoeken we een klein, maar indrukwekkend museum. De Nederlander Jean-Paul de Vries leidt ons graag rond in zijn volgepropte schuur. Geen klassieke vitrines met helmen en wapens, maar een chaotische verzameling spullen die hij hier heeft gevonden.
In Romagne-sous-Montfaucon zit de oorlog inderdaad in de grond. Wat begon met een verroeste bajonet die hij als kind opgroef, werd al snel een passie voor het leven. Kammen, schoenen, spades, stuk voor stuk doodgewone objecten die de oorlog een menselijk gelaat geven. Onopgesmukt zoals De Vries ze vond. Verrassend gewoon. Of gewoon verrassend!
Dun-sur-Meuse, gauw de heuvel op
In Dun-sur-Meuse zien we de Maas terug. We rijden echter helemaal naar boven, naar de imposante Notre-Dame de Bonne Garde, een kerk die al eeuwenlang over de Maasvallei waakt. Het uitzicht vanop de heuveltop is als een schilderij, een golvend landschapsdeken waar de rivier zich als een zilveren draad doorheen weeft.
Waar Kelten en Romeinen een versterkte nederzetting bouwden, prijkt nu dus een gotische kerk. Ze dankt haar naam aan een voorval in 1552. De belegerde bevolking plaatste toen een Mariabeeld op de wallen, waarna de vijand zich terugtrok.
Stenay, bier hier!
Onze tocht loopt stilaan ten einde. Als bierliefhebber moeten we in Stenay uiteraard naar Europa’s grootste biermuseum. We zijn er eventjes zoet in de voormalige mouterij. Meer dan 50.000 objecten vertellen elk hun bierverhaal. In de taverne van het museum heffen we een schuimend glas gerstenat op deze ongemeen relaxte reis.
Terug naar huis is het nog even rijden. Dat vindt de dikke BMW best fijn. Echt afscheid nemen, doen we niet. We keren zeker nóg eens terug!
Praktisch
Het Franse departement van de Maas (Meuse) ontsnapt volledig aan de toeristische drukte op weg naar het zuiden. Eenvoudig, authentiek en dichtbij. Ideaal dus voor een korte vakantie, of zelfs langer, want de streek heeft meer te bieden dan je denkt.
Links
Campings
Kity Caravann Inn
Route de Stenay 5
F-55110 Dun-sur-Meuse
T +33 786704058
gps: N 49°23'44,0'', O 5°11'22,8''
www.camping-peche-meuse.com
Kleine driesterrencamping aan de Maas, mét restaurant. Op loopafstand van Dun-sur-Meuse.
Camping Les Breuils
Allée des Breuils 7
F-55100 Verdun
T +33 329861531
gps: N 49°9'14", O 5°21'56"
www.camping-lesbreuils.com
Populaire driesterencamping vlakbij Verdun, bijzonder goed uitgerust (restaurant, zwembad, verhuurfaciliteiten).
Camping Foxycamp
Les étangs du Longeau
F-55210 Hannonville-sous-les-Côtes
T +33 329873054
gps: N 49°1'16", O 5°38'12"
www.foxycamp.com
Kleinschalige natuurcamping, mooi in het groen gelegen aan een klein meertje. Je kan er allerlei accommodaties huren, gezellige bar en restaurant. Een aanrader voor wie wil onthaasten!