Kamperen in een omgebouwde Land Rover
Tekst en foto’s: Luc Demuytere
Op de zelfbouwmeeting in Halle in april stonden heel wat aparte creaties. Eéntje ervan stak – ondanks zijn veeleer gedrongen gestalte – wat betreft avontuurlijk imago met kop en schouders boven de rest uit: de Land Rover Defender van Peter en Noëlla Pauwels. Zelfs stilstaand op de binnenkoer van een school straalde deze zelfbouwcamper de drang naar ongebaande wegen uit, de wil om door snelstromende rivieren te waden, de ambitie om over eindeloze steppen te cruisen…
Peter en Noëlla zijn door de wol geverfde reizigers. Al tientallen jaren trekken ze eropuit, liefst naar wat men onherbergzame streken noemt. Eerst met een campertje met een 70 pk-dieselmotor, waarmee ze 35 jaar geleden tot aan de Noordkaap reden, vervolgens met een Land Rover 110 SW voorzien van een daktent, waarmee ze tot aan de Sahara reisden. Inmiddels hebben ze zelf een Land Rover Defender omgebouwd tot hun ultieme reispartner voor hun “allroad”-projecten.
De wagen waarop deze camper gebaseerd is, is een Land Rover Defender uit 2007. Het betreft een High Capacity Pick-up (HCPU)-uitvoering met een wielbasis van 110 inch. De motor is een 2,4 liter Ford-diesel. De versnellingsbak heeft zes verhoudingen én een terreinversnelling, waardoor je in de praktijk over maar liefst twaalf overbrengingsmogelijkheden beschikt om de permanente vierwielaandrijving van kracht te voorzien. Het voertuig is als lichte vracht ingeschreven; op een halfuur kan de volledige camperopbouw en uitrusting verwijderd worden.
De opbouw is gemaakt uit sandwichpanelen die samengesteld zijn uit een 26 millimeter dikke isolatiekern die aan beide zijden voorzien is van een 2 millimeter dikke, met glasvezel versterkte polyesterplaat. Met geëxtrudeerde aluminium verbindingsprofielen en zelf geplooide hoeken – allemaal geanodiseerd afgewerkt – werden die panelen tot een leefcel samengebracht.
Het dak – voorzien van twee zonnepanelen van elk 300 watt – kan naar voren opgeklapt worden, waardoor binnenin voldoende stahoogte ontstaat. Een door Noëlla op maat gemaakt zeildoek verbindt beide delen wind- en waterdicht met elkaar middels industriële Velcrostrips.
Het dak – voorzien van twee zonnepanelen van elk 300 watt – kan naar voren opgeklapt worden, waardoor binnenin voldoende stahoogte ontstaat. Een door Noëlla op maat gemaakt zeildoek verbindt beide delen wind- en waterdicht met elkaar middels industriële Velcrostrips.
De bodem van de leefruimte is geïsoleerd met X-Trem-isolatiepanelen. Die hebben een gesloten celstructuur en worden veel toegepast in onder andere de airconditioningindustrie. Daarop zijn twee kruislings op elkaar geplaatste lagen lichtgewichtmultiplex van 9 millimeter aangebracht. De onderste laag bestaat uit zuiver berkenhout, terwijl de bovenste laag afgewerkt is met een betonplexoppervlak. Het geheel combineert een laag gewicht met een grote sterkte en duurzaamheid.
Op strategische plaatsen zijn in de vloerplaten cargorails verzonken. Met die rails worden zowel het keukenblok als de elementen die de zitbank vormen vastgezet. Voor de constructie van deze meubels koos Peter voor het materiaal waarmee normaliter flightcases worden gemaakt. Het betreft speciale aluminiumprofielen en hoeken die onderling verbonden worden en waartussen stevige, onderhoudsvriendelijke panelen worden vastgezet. Peter koos voor lichtgewicht, watervaste multiplexplaten die aan de buitenzijde verlijmd zijn met een High Pressure Laminate-plaat van 0,5 millimeter dik, in de volksmond beter bekend als Formica. Niet echt goedkoop, maar oersterk en bijzonder onderhoudsvriendelijk; mits een beetje zorg gaat dat materiaal zowat een mensenleven mee.
Het gewicht van die meubelelementen is, ondanks hun stevige constructie, erg laag. In het keukenblok is een inductiekookplaat verwerkt. Het koel houden van voedsel gebeurt middels een grote compressor-koelbox die op 12 volt werkt. Een ruime inox spoelbak met kraan gaat schuil onder een neerklapbaar glazen deksel. Ingenieus is dat de deurtjes in het front van de elementen die het keukenblok vormen afzonderlijk kunnen worden opgeklapt. Vervolgens kan onder elk deurtje een tafelpoot van Ikea worden vastgeschroefd, waardoor drie afzonderlijke tafeltjes ontstaan die naar believen kunnen worden opgezet of neergeklapt.
De twee zitbankelementen, die naast elkaar geplaatst zijn, zijn eveneens vooraan uitgerust met deurtjes. De ruimtes daaronder bieden niet alleen plaats aan bagage, maar onder één ervan is ook ruimte voorzien voor de Porta Potti. Die staat op een plateau met kleine wieltjes, waardoor hij moeiteloos tevoorschijn kan worden gerold.
De rugsteunen van de zitbank verbergen panelen die tussen de zitbank en het keukenblok kunnen worden ingehaakt. Door de kussens te herschikken bekomt men in een handomdraai een tweepersoonsbed.
De verwarming gebeurt middels een 2 kW-dieselkachel, maar voor de rest werd resoluut voor elektriciteit gekozen. De stroom wordt zowel opgewekt door de motor (alternator) van de wagen als door de zonnepanelen (2 x 300 watt) en opgeslagen in twee lithiumaccu’s (LFP) van elk 200 Ah. Deze accu’s zijn inmiddels tien jaar oud – de Defender werd omgebouwd in 2016 – maar functioneren nog steeds voorbeeldig.
Peter maakte gebruik van twee omvormers: eentje van 300 watt en eentje van 1.500 watt. De kleine omvormer wordt gebruikt voor alle gangbare elektrische toestellen, terwijl de grote omvormer enkel dient om de inductiekookplaat van stroom te voorzien.
Aanvankelijk werd er gekookt op twee kleine, draagbare inductiekookplaten, maar al snel bleek dat systeem zo foutloos te werken dat Peter en Noëlla besloten over te stappen op een volwaardige, vast gemonteerde inductiekookplaat. Gewoon een model zoals je dat ook thuis in de keuken gebruikt; niets bijzonders dus, maar wel bijzonder onderhoudsvriendelijk, plaatsbesparend en efficiënt.
Dat de elektrische uitrusting voldoende krachtig is, lijdt intussen na veelvuldig gebruik geen twijfel meer. Peter en Noëlla hebben zelfs een wafelijzer aan boord en gebruiken dat regelmatig, zonder daarbij gebruik te moeten maken van walstroom.
Ondanks het feit dat Peter en Noëlla met hun camper soms naar erg warme streken reizen, hebben ze slechts een verswatertank van 40 liter aan boord. Indien nodig vullen ze die voorraad aan met flessenwater. Om plaats en gewicht te besparen is er geen grijswatertank voorzien; het gebruikte water wordt in een emmer opgevangen en op een verantwoorde manier geloosd.
Om in contact te blijven met de buitenwereld zijn op het dak van de wagen meerdere antennes voor wifi en 4G/5G geplaatst. Verder is de wagen nog uitgerust met satellietinternet en een kortegolfzender. Daarnaast bevindt zich ook een set gereedschap aan boord waarmee kleine herstellingen kunnen worden uitgevoerd. Een kinetisch sleeptouw, dat al meermaals zijn nut bewees om andere weggebruikers los te trekken, behoort eveneens tot de standaarduitrusting, net als ander hulpmateriaal.
Het lijdt geen twijfel dat reizen met deze camper een avontuur op zich is. De beperkte leefruimte maakt dat de bewoners goed op elkaar ingespeeld moeten zijn. Blijkbaar vormen Peter en Noëlla een hecht team, want ze reisden met hun creatie al naar onder andere IJsland, Scandinavië, Polen, Roemenië, Oekraïne en Marokko…
Als het erg koud is, stormt of wanneer veiligheid primeert, laten ze het hefdak neer waardoor de leefruimte volledig afgesloten wordt.
Stel je voor… je staat ergens in een godvergeten oord, midden in de Noorse natuur. De wind huilt over de vlakte en je ligt knus naar dat geweld te luisteren terwijl de nacht probeert het zwakke licht van de middernachtzon te verduisteren… Wanneer vertrekken we?!
Dit artikel verscheen in Kampeertoerist. Wil je meer inspirerende reisverhalen, tests en kampeertips lezen? Word lid van Vlaamse Kampeertoeristen en ontvang het magazine 10 keer per jaar.